Voeding

Een aantal cijfers

De beeldvorming over de ontstaansfactoren van kanker onder de bevolking is bijzonder vertekend: 89% van de mensen denkt dat kanker te wijten is aan een genetische of erfelijke aanleg, meer dan 80% van de mensen denkt dat milieufactoren als industriële vervuiling en het gebruik van pesticiden een belangrijke oorzaak zijn van kanker.

Wanneer we het over leefgewoonten hebben, associeert 92% van de mensen roken met kanker, terwijl minder dan de helft van mening is dat voeding een invloed heeft op kanker. Meer dan de helft van de mensen denkt dus dat voeding geen invloed heeft op kanker.

De werkelijk cijfers zijn anders, en dat geeft meteen aan dat er veel winst is te behalen:

Erfelijke factoren vormen een belangrijke oorzaak voor het ontstaan van kanker, maar het percentage is 15%, in plaats van 89%.
Milieufactoren spelen naar schatting in 15% van de gevallen een rol.
Roken vormt een risicofactor van 30% en ook verkeerde voeding is verantwoordelijk voor 30% van de kankergevallen.

Oosten / Westen

Verandering in onze voeding heeft dus een reële invloed op het risico om met een groot aantal soorten kanker te maken te krijgen. Het percentage overlijdensgevallen dat direct is toe te rekenen aan voeding loopt op tot rond de 90% in het geval van maag- en dikke darmkanker.

Dat voeding en bepaalde eetgewoonten een grote rol spelen bij het ontstaan van kanker blijkt ook uit feit dat bepaalde vormen van kanker in bepaalde landen en onder bepaalde bevolkingsgroepen veel minder vaak voorkomen.
Prostaatkanker komt, in vergelijking met het Westen, 10 keer minder vaak voor in Japan, en zelfs 100 keer minder vaak voor onder Thaise mannen. Maar onder naar het Westen geëmigreerde Japanners is het aantal gevallen van prostaatkanker bijna vertienvoudigd en komt het percentage dus in de buurt van de inheemse bevolking. Soortgelijke effecten zijn bekend bij vrouwen met betrekking tot het optreden van borst- en baarmoederkanker, nadat zij na emigratie hun levensstijl hadden aangepast.

Nog een cijfer: 80% van de onderzoeken toont aan dat een groter aandeel groente en fruit in ons voedselpakket een even belangrijke verlaging betekent van het risico om kanker te krijgen.

Het verschil in de samenstelling van het voedselpakket van een westerling in vergelijking met een oosterling is ook typerend; de westerling nuttigt vooral eiwitten en (verzadigde) dierlijke vetten, zoals deze in roodvlees en zuivelproducten voorkomen, terwijl minder calorierijke voedingsmiddelen als groente en fruit maar een beperkte portie binnen het dagelijkse menu vormen. De oosterling eet groente en fruit in overvloed, terwijl de eiwitten en vetten afkomstig zijn uit peulvruchten (vooral ook soja) en uit vis.

Het meel in brood en gebak wordt in het westen gebleekt, geraffineerd en veel te fijn gemalen waardoor het, als het eenmaal is opgenomen in het lichaam, een explosieve verhoging van de bloedsuikerspiegel tot gevolg heeft. (In het algemeen wordt het gebruik van geraffineerde suikers kankerpatiënten ontraden.)

Bewuste voedingskeuze

Onderzoek in Shanghai toonde aan dat mensen met een genetisch verhoogde gevoeligheid voor kanker een lager risico liepen om kanker te krijgen, zelfs lager in vergelijking met de gewone bevolking, wanneer zij grote hoeveelheden kruisbloemigen (kool, broccoli) aten.
Diverse soorten groenten en fruit, de ene soort meer dan de ander, blijken kanker-remmende eigenschappen te hebben.
Bewust met onze voeding omgaan, kan dus een levensbelangrijke en levensbepalende invloed hebben.

Door de juiste keuze van voeding en voedingsstoffen dient u zichzelf een niet-giftige chemokuur toe, waarbij de in het voedsel aanwezige kanker-remmende voedingsstoffen microtumoren bij de bron bestrijden en voorkomen dat deze microgezwellen tot volle wasdom komen.

Lees het volgende onderdeel: Fytochemicaliën